Dag Oudenburg, mijn Lief,


“Velen willen burgemeester worden, maar weinigen willen burgemeester zijn.” Het was de afsluitende zin op de allerlaatste kleine verkiezingsfolder, die Ignace Dereeper als lijsttrekker en ikzelf als lijstduwer, in de bussen dropten tijdens de gemeenteraadsverkiezingen van 2012. Met het antwoord: “Wij wel”, gaven we toen een heel duidelijk signaal.

Want maar voor één dag gaan verkiezingen over Winnen en Worden. Daarna is het Zijn. Mocht over mijn wil om de lijst in oktober te gaan trekken, burgemeester te worden en zijn ooit twijfel geweest zijn, dan is dat wellicht, omdat ik na 24 jaar in dit schip af en toe graag de zee durf in te duiken voor een vrolijke zwembeurt, of soms ook durf toegeven dat de reis niet altijd even prettig is. De politicus die dat laatste ontkent liegt. En da’s een bijzonder slechte eigenschap waarvoor God onmiddellijk straft. Zeker bij de tjeven.

Maar vandaag mag ik het nog iets luider en met volle overtuiging zeggen: Ja, ik wil. Ik wil burgemeester zijn voor alle inwoners van Oudenburg, Roksem, Westkerke en Ettelgem. Heel graag zelfs. Met een stevige bemanning van mannen met baarden en vrouwen met ballen.

Er ligt veel en boeiend werk op de plank. De forse aangroei van onze bevolking door een even sterk gestegen pakket van verkavelingen en woonprojecten, vraagt om een flankerend beleid, dat hand in hand met die ontwikkeling verderstapt. Een beleid dat verbindt en zorgt voor levenskwaliteit. Op vlak van omgeving, verkeer, ondernemen, vrije tijd en levenslange zorg voor jong, oud en minder oud samen.

 
Organisatorisch golven daar wat dingen door. De inkanteling van het OCMW én het bijhorend apparaat in het stadsbestuur, betekent niet alleen een oefening in efficëntie en effectiviteit, maar ook de ontwikkeling van een nieuw lokaal sociaal beleid dat pro-actief handelt. Een beleid ook dat kinderarmoede als prioriteit voorop stelt. Iedereen verdient een gelijke toegang tot het recht op een menswaardig leven, met een vlotte zichtbaarheid, toegankelijkheid en begrijpbaarheid van sociale dienst- en hulpverlening. Oudenburg zal Wel zijn of ze zal niet zijn.
 
Het stadsbestuur, een burgemeester, schepenen… zijn God niet. Die woont aan de overkant. Een krachtdadig bestuur, elk aantrekkelijk idee dat gelanceerd wordt, elke oplossing, is niks zonder slagvaardig stadsapparaat waarin elk radertje zich verantwoordelijk voelt, op de juiste plek zit en gesmeerd loopt. Dat vraagt ook medewerking van de hele bevolking. Oudenburg, dat is Wij, niet alleen zij, ik en jij. Iedereen in het huis moet zich in dit huishouden mee verantwoordelijk voelen, die verantwoordelijkheid ook krijgen en er mee zorg voor dragen. Het gaat niet langer op voor alles richting stadhuis of politiek te kijken. Er is niet alleen de vermaatschappelijking van de zorg, maar ook àlles wat de laatste jaren top-down, van bovenuit naar beneden opgezet werd op vlak van milieu, vrije tijd en alles wat in de stad gebeurt, verdient een duidelijk engagement, participatie, inzet van élke inwoner, hoe klein ook. Ook dat moeten we durven zeggen en daar iedereen bij durven betrekken.
 
Op vlak van intergemeentelijke samenwerking werden de laatste jaren goeie stappen gezet. Onze buurt stopt niet bij een administratieve gemeentegrens. Een aantrekkelijk en goed aanbod in pakweg Gistel ligt voor sommigen dichter in de buurt, dan de kerktoren van de eigen parochie. En omgekeerd. Niet élke gemeente moet àlles hebben binnen de eigen grenslijntjes. Die oefening moet altijd mee gemaakt worden. Ook dat is visie en durven verder kijken. Of de eindbestemming een vrijwillige of verplichte fusie is, is op dit moment nog niet geweten, maar dat die fusies er ooit zullen komen is iets waar op zijn minst ook rekening mee moet gehouden worden. Het is een klip die moet genomen worden en liefst met de ogen open. En dan bestudeer je alle kaarten maar best goed op voorhand.
 
Dat alles vraagt ook om een ondernemend en innovatief, vernieuwend klimaat in de breedste zin. Detailhandel, horeca, ambulante handel, landbouw en industrie laten de stad leven en zorgen voor tewerkstelling. Maar een ondernemende houding begint ook bij het bouwen van kampen in de buurt, initiatief nemen in de eigen vereniging of project en daar als stad ook ruimte voor maken, een positieve ingesteldheid aannemen, mensen bekrachtigen in hun sterktes en surfend op hun succes laten schitteren op de golven.
 
Duurzaamheid, zorg dragen voor de generatie na ons, is een essentieel goed. 70 % van de CO2 uitstoot in onze stad, bijna drie kwart van de taart, is afkomstig van autoverkeer. Het wordt in naam van de vrijheid soms anders gehyped. Wie pleit voor echte duurzaamheid moet die auto durven laten staan en de fiets op. Elektrisch mag. Is de toekomst zelfs. Het gaat niet op om te pleiten voor een fietsparadijs of fietslichtjes uit te delen en daarna de auto in te springen om naar de bakker te rijden. Ook lokale en innovatieve economie is, bij duurzaamheid, alweer een sleutel.
 
Ik vraag van elke man of vrouw die met ons meegaat authenticiteit, echtheid, de verandering die we zelf willen zien te zijn, met zin voor nuance, weg van het heersend zwart-wit denken. Dat veronderstelt dat heilige huisjes in vraag mogen gesteld worden, de loopgraven van het eigen grote gelijk af en toe verlaten moeten worden.
 
Dromen moét. Met vuurwerk. Met Hart en Verstand. Doén met Goesting. Eigenschappen waarvan men Ignace nooit mag verwijten dat ie ze niet had en niet tenvolle ten dienste stelde van zijn stad. Onze stad. Die van jongs af aan in elke vezel ingebakken zit en maakt dat wij geschiedenis schrijven, ons toekomstig verhaal.
 
Ik zit vier legislaturen op dit schip. Dat was tijd genoeg om ervaring op te doen door slechte keuzes en lang genoeg om goeie keuzes genoeg te maken door ervaring. Oud genoeg om af en toe zonder gêne ballorig te zijn, maar ook oud genoeg om te weten dat nog nooit iemand groter geworden is door de ander een kopje kleiner te maken. Wij worden niet betaald om ruzie te maken. Jong genoeg om met een open blik achter het roer te gaan staan en met het zwaard tussen de tanden het gevecht aan te gaan wanneer het nodig is.
 
Wij beloven niet de hemel op aarde. Wij willen werken aan oplossingen. Zes jaar lang, elke dag opnieuw. Wie meewil in dat avontuur mag dat. Ook slechte karakters met een goed hart. Ze zijn nog altijd welkom.
Welkom aan boord. We zijn vertrokken.

Welkom bij CD&V. Onze websites maken gebruik van cookies om jouw gebruikservaring te optimaliseren. Lees onze Cookie Policy voor meer informatie. Ons cookiebeleid en deze voorkeuren gelden voor alle CD&V-websites. Door op 'Akkoord' te klikken, ga je akkoord met de geselecteerde cookies.